Galerie

herengracht 390

De panden Herengracht 392 en 390 werden in 1665 gebouwd in opdracht van de houtkoper Jan Teeringh, vermoedelijk naar een ontwerp van Justus Vingboons (c. 1620-1698), de architect van het beroemde Trippenhuis op de Kloveniers Burgwal. Beide panden werden in 1674 verkocht aan Jan de Wijs (?-1684). Zijn zoon Hendrik de Wijs (?-1694) erfde beide huizen en verhuurde 390, genaamd ‘het Schip de Hoop’, aan de koopman Hendrick Kerckrinck (1652-1693) en zijn vrouw Christina Cromhuysen (1658-1729). Zij bestierden het eerste bedrijf in het pand onder de naam Kerckrinck & Soon.

Na de dood van Hendrik de Wijs, werden beide panden eigendom van zijn hafzus Susanna de Wijs (1683-1749), getrouwd met Hendrik Huyghens (1677-1746). Susanna’s achterkleinkind Susanna Catharina Bors van Waveren trouwde in 1751 met Jonkheer Jan Six III (1730-1779). Het portret van Suzanna Huyghens-Van Wijs, toegeschreven als werk van de schilder Jan de Baen, hangt na 300 jaar weer in de tussenkamer op de Herengracht 390.
Hendrik en Suzanna verhuurden het pand kort na hun huwelijk aan de ontrouwde broers Jan (1638-1712) en Gabriel Eyghels (1640-1706), welke er werkten als kooplieden. In 1739 verhuurden ze het pand aan de koopman Hendrik Colonius. Vier jaar later werd het pand verhuurd aan de Katholieke koopman Jan Lintelo.

In 1743 werd het pand betrokken door Hendrik en Suzanna zelf, er voorzagen ze beide panden van een nieuwe stoep met flesbalusters. Na Susanna’s dood in 1749 woonde er een zekere Nairac en verkochten de kinderen Herengracht 390 aan de koopman Jan Bruijn Abrahamsz (1719-1769). Zijn weduwe, Georgina van Oosterwijk (1721-1776) bleef er tot haar dood wonen, waarna hun zoon Abraham Bruijn het huis betrok. Rond 1779-1781 zal zijn broer Jacob van Oosterwijk Bruijn (1752-1810) ook in het pand zijn komen wonen. In 1805 verkreeg Jacob het pand in de boedelscheiding en verhuurde het aan mr. Arnold Jan van der Tuuk (1756-1836).
In Jacob’s sterfjaar verhuurde hij het pand aan de Griekse koopman Stefano Paleologo (1763-1835), afkomstig uit Patmos. Deze hield er de firma Zirby, Cohen & Paleologo. In 1811 werd het pand verkocht aan Adolph Hendrik Kerkhoff (1765-1855), die er bleef wonen tot z’n dood. Hij liet de oude ingang van de bel-etage veranderen, waardoor men nu in het souterrain binnenkomt. In 1856 werd Henriette Adriana Oyens (1808-1877), weduwe van Johannes Deodatus Waller (?-1849).

Rond 1875 woonde ook haar zonen Jan Lodewijk Waller (1843-1913), de amateurschilder Johannes Deodatus Waller II (1844-1921) en dr. Gerrit Waller (1847-1923) in het pand. De weduwe van de middelste broer, Maria Christina Martens (1848-1921) kreeg het pand in 1878 bij boedelscheiding toegewezen. Vervolgens werd het pand in 1890 verhuurd aan Hendrik Paulus Goedkoop (1851-?), in 1898 aan mr. Lodewijk Willem van Gigch (1862-1914), welke het pand kocht in 1906. Na diens dood betrok z’n zoon mr. Louis van Gigch (?-1940) in 1915 het pand. Hij verhuurde een deel in 1928 aan Aaldrik Jan George Strengholt (1901-1973), die er de uitgeverij A.J.C. Strengholt’s Uitg. Mij nv begon. In 1940 werd de koopman Edwin Herman Meijer de eigenaar, die handelde onder de firmanaam Gottfried Meijer & Co. In deze tijd werd een deel onderverhuurd aan mr. Martinus Joseph Anthonius Maria Schretlen, die er de kunsthandel Schretlen vestigde. Een ander deel werd verhuurd aan de advocaten J.C.S. en H.C.S. Warendorf en L. Gehrels. In 1970 werd het pand eigendom van Elsbeth Erna Charlotte Meijer, echtgenote van dr. Willem Frederik Bon. Diens erfgenaam bewoont en verhuurt het pand heden ten dage. In de jaren negentig vestigde de kunsthandelaar Rene Bruijstens op de Bel-etage de kunsthandel Bruijstens Modern Art. In 2009 opende Jonkheer Jan Six (1978) de kunsthandel Jan Six Fine Art in de voorzaal en tussenkamer op de bel-etage.

herengracht390